Tijdens Prinsjesdag presenteerde het kabinet de plannen voor 2027. Verschillende maatregelen hebben gevolgen voor woningzoekenden, huiseigenaren, verhuurders en vastgoedbeleggers. Denk aan een ruimere startersvrijstelling, veranderingen in de overdrachtsbelasting en extra aandacht voor woningbouw en verduurzaming.
We zetten de belangrijkste ontwikkelingen op een rij.
Hogere grens voor de startersvrijstelling
Starters tussen de 18 en 35 jaar kunnen onder bepaalde voorwaarden eenmalig gebruikmaken van de startersvrijstelling. Zij betalen dan geen overdrachtsbelasting bij de aankoop van een woning waarin zij zelf gaan wonen.
In 2026 geldt deze vrijstelling voor woningen met een waarde tot € 555.000. In 2027 stijgt deze grens naar € 615.000. Hierdoor komen aanzienlijk meer woningen binnen het bereik van de regeling. Vooral voor starters die een woning kopen met een prijs tussen € 555.000 en € 615.000 kan dit een groot verschil maken. Bij een aankoopprijs van € 600.000 bedraagt de mogelijke besparing namelijk € 12.000. De datum van de notariële levering is hierbij bepalend. Wie eind 2026 een woning koopt, maar deze pas in 2027 geleverd krijgt, kan mogelijk al van de hogere grens profiteren. Uiteraard moet ook aan de overige voorwaarden van de startersvrijstelling worden voldaan.
Lagere overdrachtsbelasting voor verhuur- en vakantiewoningen
Het kabinet stelt voor om de overdrachtsbelasting voor woningen waarin de koper niet zelf gaat wonen per 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7%. Het gaat bijvoorbeeld om:
- verhuurwoningen;
- vakantiewoningen;
- tweede woningen;
- een woning die voor een kind wordt gekocht.
Bij de aankoop van een woning van € 400.000 scheelt een verlaging van één procentpunt € 4.000 aan overdrachtsbelasting. De maatregel moet het investeren in huurwoningen en nieuwbouwwoningen aantrekkelijker maken. Voor bedrijfspanden en ander niet-woningvastgoed blijft het algemene tarief van 10,4% gelden.
Let op: deze verlaging maakt onderdeel uit van het Belastingplan 2027 en moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.
Box 3 wordt zwaarder voor beleggingen en tweede woningen
Tegenover de lagere overdrachtsbelasting staat dat bezitters van een tweede woning of beleggingswoning in 2027 mogelijk meer belasting in box 3 gaan betalen.
Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen, waaronder beleggingen en tweede woningen, stijgt naar verwachting van 6% in 2026 naar 6,37% in 2027. Over het berekende rendement wordt 36% belasting geheven. Het heffingsvrije vermogen stijgt wel iets, van € 59.357 naar € 60.098 per persoon. Voor fiscale partners geldt in beginsel het dubbele bedrag. Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kan mogelijk gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. De precieze gevolgen hangen sterk af van de persoonlijke situatie, de WOZ-waarde, eventuele schulden en het daadwerkelijk behaalde rendement.
Meer aandacht voor woningbouw en betaalbare koopwoningen
Het kabinet houdt vast aan de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te realiseren. Daarbij ligt de nadruk op betaalbare en passende woningen voor onder andere starters, senioren, studenten en andere doelgroepen.
Voor de periode van 2028 tot en met 2034 wordt € 100 miljoen extra beschikbaar gesteld voor het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen. Dit fonds is bedoeld om nieuwbouwwoningen bereikbaarder te maken voor koopstarters met een middeninkomen. Ook komt er extra aandacht voor zorggeschikte en geclusterde woningen voor ouderen. Wanneer senioren kunnen doorstromen naar een passende woning, komen er bestaande gezinswoningen vrij. Dat kan uiteindelijk beweging brengen in meerdere delen van de woningmarkt.
Naast nieuwbouw wil het kabinet de bestaande woningvoorraad beter benutten. Woningdelen, woningsplitsing, hospitaverhuur en het stimuleren van doorstroming spelen daarbij een belangrijke rol.
Verduurzaming blijft belangrijk
Ook in 2027 blijft verduurzaming een belangrijk onderwerp. Voor Verenigingen van Eigenaars wil het kabinet € 25 miljoen extra beschikbaar stellen via de Subsidieregeling verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. Daarnaast wil het kabinet het voor VvE’s eenvoudiger maken om besluiten te nemen over onderhoud en verduurzaming. Een voorstel is om dergelijke besluiten voortaan met een gewone meerderheid te kunnen nemen. Ook wordt gesproken over het verlengen van de periode van een meerjarenonderhoudsplan van 10 naar 30 jaar. Deze maatregelen bevinden zich nog in het politieke traject en hebben daarom nog geen definitieve ingangsdatum.
De ISDE-subsidie voor onder andere isolatie en warmtepompen blijft bestaan, maar de voorwaarden en subsidiebedragen kunnen veranderen. Wie verduurzamingsplannen heeft, doet er daarom verstandig aan vooraf goed te controleren welke regeling op dat moment geldt.
Einde salderingsregeling zonnepanelen
Vanaf 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling voor zonnepanelen. Huishoudens mogen de teruggeleverde stroom dan niet meer verrekenen met de stroom die zij van hun energieleverancier afnemen. Voor teruggeleverde elektriciteit ontvangen zij voortaan een vergoeding. Zonnepanelen blijven energie opwekken en kunnen nog steeds interessant zijn, maar het wordt belangrijker om de opgewekte stroom direct zelf te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het overdag laten draaien van huishoudelijke apparaten of het opladen van een elektrische auto. Bij de verkoop van een woning blijven zonnepanelen en andere energiebesparende voorzieningen natuurlijk relevante pluspunten. Kopers zullen echter steeds nadrukkelijker kijken naar het volledige energieverbruik, de isolatie, het energielabel en de aanwezige installaties.
WOZ-waarden stijgen naar verwachting verder
De Waarderingskamer verwacht dat de WOZ-waarde van woningen in 2027 landelijk gemiddeld met ongeveer 5,5% tot 7,5% stijgt. Deze verwachting is gebaseerd op de waardeontwikkeling tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026.
Een hogere WOZ-waarde kan gevolgen hebben voor onder andere de onroerendezaakbelasting, het eigenwoningforfait, waterschapslasten en de belastingheffing over een tweede woning. Gemeenten bepalen echter zelf hun belastingtarieven. Een hogere WOZ-waarde betekent daarom niet automatisch dat de gemeentelijke belastingaanslag met hetzelfde percentage stijgt.
Wat betekenen de plannen voor jou?
Prinsjesdag 2026 brengt zowel kansen als aandachtspunten. Starters krijgen meer ruimte door de hogere vrijstellingsgrens en de aankoop van een verhuur- of vakantiewoning wordt mogelijk iets goedkoper. Tegelijkertijd kunnen vastgoedeigenaren te maken krijgen met een hogere belasting in box 3 en veranderen de financiële voordelen van zonnepanelen.
Veel maatregelen zijn op dit moment nog voorstellen. De Tweede en Eerste Kamer moeten een deel van de plannen nog behandelen en goedkeuren. De definitieve uitwerking kan daarom nog veranderen.
Heb je plannen om een woning te kopen of te verkopen, of wil je weten wat de ontwikkelingen betekenen voor jouw woning? Neem dan gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.
